Historie 

Start

 

 

HOOFDSTUK III
KORT HISTORISCH OVERZICHT

Kort historisch overzicht Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen en stamregimenten

Het Regiment Bevoorradings- en Transporttroepen zet de tradities voort van het Regiment Intendancetroepen en het Regiment Aan- en Afvoertroepen.

Deze regimenten zijn de voortzetting van legeronderdelen opgericht in 1905 en 1915. In dit artikel wordt een korte schets gegeven van zowel de regimentsgeschiedenis van het regiment Intendancetroepen als van het regiment Aan- en Afvoertroepen.

Kort historisch overzicht van het Regiment Intendancetroepen

Het ontstaan van de Intendancetroepen ligt in 1905. Bij Koninklijk Besluit werd op 30 maart 1905 een militaire eenheid opgericht die belast werd met een intendance taak, namelijk de verzorging van mens en dier in het leger, destijds verpleging geheten.
Aanvankelijk heette de eerste intendance-eenheid "Compagnie administratietroepen" maar met de ministeriële beschikking van 1 augustus 1922 is bepaald dat deze eenheid compagnie Intendancetroepen zou gaan heten. Tijdens de mobilisatie van 1939 waren er inmiddels een drietal compagnieën intendancetroepen gevormd. De bij deze compagnieën opgeleide vaklieden werden te werkgesteld in de militaire magazijnen voor kleding en uitrusting, dan wel bij de aanvullings- en verdeelplaatsen voor levensmiddelen en fourage bij het parate veldleger.
De bevrijding van Nederland en de opbouw van de naoorlogse landmacht luidde een stormachtige periode in. Er werd een Korps Algemene Uitrusting alsmede intendance compagnieën en cantinediensttroepen geformeerd.

In 1946 werd het Korps Algemene Uitrusting gewijzigd in Regiment Uitrustingstroepen; in 1947 werden de intendancecompagnieën en cantinetroepen samengevoegd in een Korps Verplegingstroepen. Personeel van de uitrustings- en verplegingstroepen werd naar het voormalig Nederlands-Indië gezonden.
Een deel van hen deed daarbij dienst in de verzorgingspelotons van de AAT-compagnieën.

In 1950 werd bij Koninklijk Besluit nummer 26 van 1 juli de vredessamenstelling van de Koninklijke Landmacht bepaald en het Regiment Intendancetroepen opgericht. Het Korps Uitrustingstroepen werd opgeheven zo ook verdween het Korps Verplegingstroepen. Een en ander was het gevolg van de overgang naar een KL-organisatie naar Amerikaans model. Intendancebataljons, de latere Aanvullingsplaatsbataljons, deden hun intrede. Mechanisatie en motorisatie van het legerkorps maakten herzieningen van de intendance organisatie in de loop der tijd noodzakelijk. Brigades kregen hun eigen verzorgende eenheden, treinenbataljons met o.a. bevoorradingscompagnieën. Voortdurend zijn er aanpassingen geweest als gevolg van nieuwe logistieke inzichten.

Met het wegvallen van de muur in 1990 begon een tijdperk van inkrimping van de intendance eenheden. Met als markant punt in 1995 de vorming van een tweetal bevoorradings- en transportbataljons waarbij zowel Intendance eenheden als Aan- en Afvoertroepen eenheden naast elkaar in het hetzelfde bataljon zijn opgenomen.

Ook de crisisbeheersingsoperaties op de Balkan hebben het intendancepersoneel niet onberoerd gelaten. Velen hebben daar hun logistieke taken binnen de uitgezonden eenheden uitgevoerd.

Al het intendancepersoneel, werkzaam binnen de organisatie van de Koninklijke Landmacht, maakt in traditionele zin deel uit van het Regiment Intendance Troepen; het regiment is de traditionele binding die allen bijeenhoudt. Het symbool voor deze binding is het Vaandel. Op 14 oktober 1980 is door Hare Majesteit de Koningin het vaandel uitgereikt aan het Regiment Intendancetroepen.

Kort historisch overzicht van het regiment

Aan- en Afvoertroepen

Bij de afkondiging van de mobilisatie op 1 augustus 1914 was er een "Vrijwillig Militair Automobiel Korps" (VMAK) en het "Vrijwillig Militair Motor Korps" (VMMK). Deze korpsen waren op initiatief van de Nederlandse Automobiel Club in het leven geroepen. De behoefte deed zich echter gevoelen om de beschikking te hebben over een goed georganiseerde militaire eenheid. Zo werd op 12 juli 1915 opgericht de "Depotafdeling van den Autotreindienst" met Delft als standplaats. In 1916 is de naam veranderd in "Depotafdeling van den Motordienst". Deze organisatie groeide uit tot een vijftal compagnieën in 1918 om na de de-mobilisatie in te krimpen tot 1 compagnie en een staf. Ook de naam werd veranderd in "Schoolcompagnie van den Motordienst" en Haarlem werd als nieuwe locatie aangewezen.

De motorisatie van het leger ging steeds verder; de behoefte aan chauffeurs nam toe. Bij de viering van het 20 jarig bestaan van de Motordienst werd bekendgemaakt dat de Schoolcompagnie uitgebreid zou worden en de naam "Korps Motordienst" krijgt (KMD).Chauffeurs en motoropleidingen en motortechnische opleidingen werden hier ondergebracht.

De internationale situatie dwong tot uitbreiding van de motortractie in het leger met als gevolg een grotere behoefte aan chauffeurs. Uitbreiding van de KMD was het gevolg. Bij het begin van de algehele mobilisatie (28 augustus 1939) werd het KMD het "Depot van den Motordienst" (DMD) van waaruit de auto-eenheden van het Veldleger en andere eenheden van de landmacht van chauffeurs en materieel zouden worden voorzien. Het grootste deel van het materieel werd door vordering verkregen.

Na de capitulatie hield de Motordienst feitelijk op te bestaan. In het najaar van 1944 maakten een aantal reserve officieren - merendeels behorend tot het Philipsconcern- plannen om zodra Noord Nederland bevrijd zou zijn voedsel te brengen. Op 25 oktober 1944 kwam het "Korps Motortransport Nederland" (MTN) tot stand. Binnen enkele maanden waren er 7 compagnieën met zo’n 200 voertuigen per compagnie. Deze werden onder Engels bevel geplaatst met de naam "General Netherlands Transport company" (GNT-coy). De eenheden hebben grote hoeveelheden goederen vervoerd.

Op 15 Oktober 1945 ging al het personeel over naar het "Depot Aan- en Afvoertroepen" en werd de naam MTN gewijzigd in "Korps Aan- en Afvoertroepen".

De situatie in Nederlands-Indië maakte het noodzakelijk troepen daarheen te zenden. Gelet op de enorme uitgestrektheid van het gebied bestond er een grote behoefte aan transporteenheden. In de eerste maanden van 1946 werden AAT-eenheden geformeerd. In totaal hebben 23 Nederlandse en
7 KNIL-transportcompagnieën aan de talloze transporten deelgenomen waarbij vele honderdduizenden kilometers over doorgaans zeer slechte wegen en vaak onder gevaarlijke omstandigheden werden afgelegd.

Eind 1947 vond een reorganisatie van het Korps AAT plaats. Op 1 oktober 1947 werd het Regiment Aan- en Afvoertroepen opgericht; het regiment zet de traditie voort van het voormalige Korps Motordienst en bestaat uit een opleidingseenheid en een vijftal transport-eenheden.

De overgang van de Koninklijke Landmacht naar een op Amerikaanse leest geschoeide organisatie heeft ook gevolgen voor de transporteenheden zowel voor de eenheden van het legerkorps als van de Nationale sector. Het aantal eenheden wordt kleiner als ook de omvang van de eenheden.

In 1992 leverde Nederland een transportbataljon (105 Transportbataljon) voor humanitaire vervoerstaken in het voormalige Joegoslavië. Later is deze eenheid gereorganiseerd tot een logistiek transportbataljon voor de aldaar eigen aanwezige Nederlandse eenheden.

Het wegvallen van de muur in 1990 heeft ook gevolgen voor de AAT. Met als markant punt in 1995 de vorming van een tweetal bevoorradings- en transportbataljons waarbij zowel Intendance eenheden als Aan- en Afvoertroepen eenheden naast elkaar in het hetzelfde bataljon zijn opgenomen. Een ander markante gebeurtenis vindt in 1996 plaats. De vervoerseenheden van de Nationale sector (De Landelijke Vervoersorganisatie LVVO voorheen 812 Tgp) gaan, met de vervoersorganisaties van Marine en Luchtmacht, op in de Defensie Verkeers en Vervoersorganisatie (DVVO) binnen het Defensie Interservice Commando (DICO). Het Regiment Aan- en Afvoertroepen vormt de traditionele binding tussen allen die werkzaam zijn, dan wel werkzaam zijn geweest in het dienstvak van de AAT. Het symbool voor deze binding is het Vaandel. Nog nooit was het in de geschiedenis van het Nederlandse Leger voorgekomen dat aan een dienstvak een vaandel werd toegewezen.

Het Regiment Aan- en Afvoertroepen mocht als eerste dienstvak op 18 november 1975 uit handen van ZKH Prins Bernhard het door Hare Majesteit Koningin Juliana toegekende vaandel ontvangen.

Op 20 april 1979 vond een aanvulling plaats door de aanhechting van een cravatte met de namen "Java en Sumatra 1946-1949", de eilanden waar AAT‘ers in de genoemde periode onder gevaarlijke omstandigheden hun vervoerstaken hebben vervuld.